Eerste hulp bij teken

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on email

Warmer weer bereikt ons land en daarbij hoort helaas ook de start van het tekenseizoen. Omdat onze winters steeds zachter worden, is de tekenpopulatie aan een serieuze opmars bezig. Op tien jaar tijd zou hun aantal verdubbeld tot zelfs verdrievoudigd zijn! Opletten dus, vooral wanneer je je in velden met hoog gras of bossen begeeft. Loop je toch een tekenbeet op? Dan lees je hier hoe je de teek moet verwijderen!

Wat is een teek eigenlijk?

Teken zijn bloedzuigende parasieten, verwant aan mijten en spinnen. Ze zitten op lage begroeiing zoals struiken en grassen. Voor haar ontwikkeling heeft een teek bloed nodig. Als een mens of dier in de buurt komt, klampt de teek zich vast en zoekt ze een geschikte (warme) plek op het lichaam om gedurende enkele dagen bloed te zuigen. Eens volgezogen, laat ze zich op de grond vallen. Sommige teken zijn besmet met ziekteverwekkende bacteriën: de meest bekende en meest voorkomende is Borrelia burgdorferi die de ziekte van Lyme veroorzaakt. In België is naar schatting 10% van alle teken besmet met deze bacterie. Het risico op overdracht van de bacterie die Lyme veroorzaakt, neemt toe naarmate de teek langer blijft vastzitten op de huid. Daarom is het belangrijk om de teek tijdig op te merken en te verwijderen. Gebeurt dit binnen de 12 tot 24 uur, dan is de kans op besmetting klein.

Hoe ga je te werk bij een tekenbeet?

Stap 1: de teek verwijderen

Na een tekenbeet is de eerste stap natuurlijk de teek verwijderen. Gebruik hiervoor een tekentang. Neem de teek zo dicht mogelijk tegen de monddelen van het beestje en bij je huid vast. Hoe je de teek uit je huid moet trekken, hangt af van de soort tang die je gebruikt. Gebruik je er een die op een grijptang lijkt of neem je een gewone pincet? Dan trek je de teek recht uit de huid. Gebruik je een tekentang die op een koevoet lijkt? Dan maak je een draaiende beweging om de teek te verwijderen. Probeer de parasiet zo volledig mogelijk in één beweging los te maken.

Stap 2: de plek van de tekenbeet ontsmetten

Nadat je de teek weggehaald hebt, reinig en ontsmet je de plek waar je gebeten bent. Reinigen doen we met lauw stromend water, ontsmetten met een kleurloos product (Hacdil, Hibidil, Cedium spray, Hansaplast spray,…) Is het kopje van de teek blijven zitten of zie je nog enkele pootjes steken? Probeer die dan zo goed mogelijk te verwijderen om de kans op een ontsteking te verkleinen. Gebruik hiervoor een pincet. Noteer de plaats en de datum van je tekenbeet, want dat plekje moet je nog een tijdje goed in het oog houden!

Stap 3: opletten geblazen

Tot drie maanden na de tekenbeet kan er immers een rode, ringvormige vlek ontstaan op de plaats van de beet of in de buurt ervan. Dat kan wijzen op een besmetting met de ziekte van Lyme. Als je zo’n kring opmerkt of je krijgt last van griepsymptomen (keelpijn, vermoeidheid en/of matige koorts), is het heel belangrijk dat je je arts raadpleegt en vertelt over je tekenbeet. Er is geen reden tot paniek: het eerste stadium van deze ziekte is goed behandelbaar met antibiotica. Alert zijn is dus de boodschap!

Wat is de ziekte van Lyme

De ziekte van Lyme is een infectieziekte die door de Borrelia bacterie wordt veroorzaakt.

Het meest voorkomende signaal van de ziekte van Lyme is een rode ring- of vlekvormige huiduitslag op de plaats waar de teek heeft gebeten. Soms is er sprake van een blauwachtige of roze vlek. De ring of vlek verschijnt meestal na enkele dagen tot twee weken na de tekenbeet, maar dat kan ook pas na 3 maanden zijn. Het is dus belangrijk de plek van de tekenbeet een aantal maanden goed in de gaten te houden. De ring of vlek wordt steeds groter, wat typerend is voor de ziekte van Lyme. Uiteindelijk verdwijnt de ring of vlek vanzelf. Dit hoeft niet te betekenen dat de bacterie weg is. De bacterie kan in het lichaam aanwezig blijven en later schade aanrichten. Soms kunnen mensen besmet raken met de bacterie zonder dat ze een rode ring of vlek hebben gezien. 

Eenmaal in het lichaam, richt de bacterie zich vooral op het zenuwweefsel, de gewrichten, de huid en het hart. De klachten die daaruit voort kunnen komen zijn in eerste instantie griepachtige klachten of soms opzwelling van oorlel of tepel. Deze klachten komen meestal binnen 3 maanden.

Als de ziekte niet opgemerkt wordt, kan het overgaan naar een volgende fase. Dan kunnen neurologische, gewrichts-, huid- of hartklachten ontstaan. Er wordt dan gesproken over late Lymeziekte. Welke klachten iemand krijgt ,verschilt van persoon tot persoon. Aandoeningen aan de zenuwen komen het meest voor. Dit kan zenuwpijn of zenuwuitval op verschillende plaatsen in het lijf tot gevolg hebben. Voorbeelden zijn verlamming van de gezichtsspieren of pijn en krachtsvermindering aan een arm of been. Ook kunnen mensen gewrichtsklachten, huidaandoeningen of hartritmestoornissen krijgen. De ziekte van Lyme is te behandelen met antibiotica. Hoe eerder de ziekte wordt opgemerkt, hoe beter de behandeling zal aanslaan. In een laat stadium kunnen mensen klachten houden na behandeling. Dit kan ook het geval zijn als de Borrelia bacterie niet meer aanwezig is. Dit noemt men ook wel het post-Lymeziektesyndroom.

Meer info over een workshop of opleiding?

Ook interessant..